Jij & ik (interview in EO Visie)

Baardbroeders Ramon en Rokus vormen samen de band The Bowery. Hun liedjes buigen algauw richting de gebrokenheid van het leven. “Op mijn vrouw na, staat hij het dichtst bij me.”

‘We hebben geen woorden nodig om iets uit te leggen’

Ramon (33): “Rokus zingt zoals hij is: krachtig, puur, rauw. Zijn teksten komen recht uit het hart. Hij staat voor wat-ie doet, met een enorme bak energie. Met onze muziek willen we een verhaal vertellen, en hij doorleeft dat verhaal op zo’n manier dat hij het met ziel en zaligheid kan brengen. We hebben recent veertig huiskamerconcerten gedaan, en elke keer weer vertelt hij min of meer dezelfde verhalen, maar ze zijn mij nog nooit gaan vervelen.
Hij is een kei in dingen vlot oppakken, erop duiken en afhandelen. Er waren periodes dat ik dacht daarin te moeten meegaan, omdat ik hem anders zou tekortdoen, maar inmiddels weet ik dat het zo niet werkt.
Rokus is een geweldige vader. Als ik hem met zijn gezin zie, is hij helemaal in z’n element. Soms mist hij z’n kinderen enorm, bijvoorbeeld als we samen een lang weekend op pad zijn om muziek te maken. Ik heb op zo’n moment weleens gezegd: ‘Moet jij niet in je camper stappen en gewoon naar huis rijden?’
Er zijn maar weinig mensen die mij zo goed kennen als Rokus. We zijn baard-broeders; geen biologische broers, maar we staan wel zo dicht bij elkaar dat we vaak geen woorden nodig hebben om iets uit te leggen. Onze mooiste momenten zijn wanneer we met alleen een gitaar in een leeg kerkgebouwtje – ergens in the middle of nowhere – nieuwe muziek maken. Juist omdat er dan zo weinig afleiding is, ervaar je de waarde van vriendschap en het samenzijn. Met een andere vriend zou het contact dat wij hebben ongemakkelijk voelen. We kennen elkaars complete levensverhaal, we hebben samen gehuild, tot diep in de nacht al onze twijfels aan de ander voorgelegd. Dat is kostbaar, maar ook kwetsbaar.”

Rokus (37): “Ramon is een creatieve dromer. Hij is een virtuoos op zijn gitaar, hij speelt wat ik denk. Vaak neem ik het voortouw in het schrijfproces. Ik krabbel wat neer, vertel wat, schrijf weer wat tot Ramon opeens zegt: ‘Als dat is wat je wilt zeggen, klinkt dat ongeveer zo.’
Toen ik begin 20 was, werd ik zanger in een band van mijn neef, Ramon was daar gitarist. De band ging ter ziele, wij bleven bij elkaar. Sinds drie jaar maken we met The Bowery onze eigen muziek. The Bowery was een luxe wijk in New York die compleet in verval raakte. Dat sprak ons aan: de aarde was zo mooi bedoeld, maar de bewoners maken er een puinhoop van. Onze liedjes gaan vaak ook over de gebrokenheid van het leven.
We zijn in een jaar tijd negen keer op schrijfweekend geweest. Sindsdien staat hij het dichtst bij me van iedereen – op mijn vrouw na. Qua emotie hebben we naakt tegenover elkaar gestaan, bijvoorbeeld toen we besloten een soort wenslied voor onze zonen te schrijven, ‘Home never seen’. We vertelden elkaar hoe groot onze liefde én ons verantwoordelijkheidsgevoel voor hen is – een behoorlijk jankproces. Ramon werd al op de middelbare school vader en heeft nu een zoon van vijftien; ik werd op de middelbare school verliefd, trouwde en heb nu twee jonge kinderen. Al pratend concludeerden we: zij zullen straks ook verdriet ervaren, gekwetst worden. Er komt een tijd dat ze het zonder ons moeten doen. Daardoor kreeg dat lied een enorme zwaarte. We zochten ook naar de hoop, en die zit ‘m hierin dat we op een dag weer allemaal samen thuiskomen.”

Dit najaar trekt The Bowery het land door met een theatershow vol muziek en verhalen.